23 november 2018, Redactie

Huishoudens betalen teveel waterschapsbelasting

“Nederlandse huishoudens betalen teveel waterschapsbelasting.” Dat zegt de Algemene Waterschapspartij (AWP) naar aanleiding van eigen onderzoek. Huishoudens betalen in het huidige stelsel 80 procent van de watersysteemheffing. De AWP wil het aandeel van de huishoudens bevriezen om tot een eerlijker verdeling te komen.

AWP-waterschapsbestuurders Hans Middendorp en Ron van Megen hebben de waterschapsheffingen van alle 21 Nederlandse waterschappen onder de loep genomen. Ze komen tot een opvallende conclusie: samen betalen alle Nederlandse huishoudens maar liefst 80 procent van de anderhalf miljard euro die deze belasting jaarlijks opbrengt. De landbouw en het bedrijfsleven betalen elk ongeveer 10 procent. De watersysteemheffing voor de natuur levert een verwaarloosbare 0,3 procent op. “Wij hadden een betere afspiegeling van profijt, economische waarde en schaderisico verwacht” constateert een verbaasde Middendorp.

Randstad en Veluwe

In de Randstad en op de Veluwe zijn de lasten voor de huishoudens het hoogst. Daar betalen huishoudens betalen maar liefst 85 procent van de watersysteemheffing in hun regio’s. Inwoners van Flevoland betalen van alle Nederlanders het minst. Zij betalen slechts 64 procent. Vergeleken met het nationale gemiddelde is het aandeel van de landbouwsector in Flevoland juist groot, 22 procent.

De ongelijke verdeling van de watersysteemheffing is AWP-bestuursvoorzitter Van Megen een doorn in het oog. “Iedereen profiteert van het werk van de waterschappen: de huishoudens, het bedrijfsleven, de landbouw en de natuur. Dat rechtvaardigt ook een meer evenredige verdeling van de lasten.” Met de opbrengst van de watersysteemheffing zorgen de waterschappen voor schoon en voldoende water en bieden ze bescherming tegen wateroverlast. De waterschappen zijn ook verantwoordelijk voor dijken langs rivieren en randmeren en de bescherming tegen hoogwater.

Op twee manieren belast

“Wat veel mensen niet weten”, zegt Van Megen, “is dat huishoudens op twee manieren betalen voor de watersysteemheffing. Als eerste betaalt, per woning, één belastingplichtige een vast bedrag als inwoner van het waterschap. Dit noemen de waterschappen het ingezetenentarief. Als tweede betaalt elk huishouden watersysteemheffing voor de eigen woning op basis van de WOZ-waarde. Verhuurders berekenen die watersysteemheffing, via de huur, weer door aan de huishoudens. Daarnaast betaalt ieder huishouden ook nog voor de zuivering van het rioolwater.

Oplossing voor huishoudens

De AWP ziet het op de nullijn houden van de watersysteemheffing voor huishoudens als een nette oplossing om geleidelijk tot een eerlijker toedeling van de watersysteemheffing te komen. “Dat wordt in elk geval onze inzet voor de waterschapsverkiezingen en de periode daarna”, zegt Van Megen stellig. “De waterschapsbelastingen gaan jaarlijks met zo’n 2 tot 3 procent omhoog. Als we dit voor de huishoudens op nul houden, komt stap-voor-stap ons doel van een eerlijker verdeling van de waterschapslasten binnen bereik”. Volgens Middendorp kan de maatregel meteen ingezet kan worden. “De huidige wetgeving biedt al mogelijkheden. We hoeven daarvoor niet te wachten op de nieuwe wetgeving voor de waterschapsbelasting.”

Weeffout

Daarnaast zien AWP-bestuurders nog een andere mogelijkheid om de watersysteemheffing te corrigeren. “Bedrijven zitten voor een dubbeltje op de eerste rang”, zegt Middendorp. Het bedrijfsleven krijgt de watersysteemheffing namelijk alleen via de WOZ-waarde doorberekend. Het tarief is hetzelfde als voor woningen. Daar zit volgens de AWP de weeffout want met hetzelfde tarief, op basis van de WOZ-waarde, komt de totale bijdrage van bedrijven aan de watersysteemheffing landelijk gemiddeld op minder dan 10 procent uit. De AWP wil daarom dat er nog eens goed wordt gekeken naar de grondslag voor de watersysteemheffing voor bedrijven. ”Daar zit de sleutel voor een eerlijker verdeling van de lasten.”