11 juli 2016, Redactie

Nederlandse bedrijven maken geen werk van leefbaar loon

Beursgenoteerde bedrijven hebben amper beleid op het gebied van leefbaar loon in hun internationale handelsketens. Dat blijkt uit onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). Slechts twee van de 37 onderzochte Nederlandse bedrijven hebben beleid geformuleerd ten aanzien van leefbaar loon in opkomende markten of ontwikkelingslanden.


“Van bedrijven wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen in het respecteren van internationaal erkende mensenrechten”, aldus Vicky van Heck, projectmanager van de VBDO. “Een leefbaar loon voorziet in de basisbehoeften van de werknemer en zijn gezin. Bedrijven dienen hiervoor zorg te dragen. Respect voor de mensenrechten hoort bij duurzaam internationaal ketenbeheer en MVO-beleid”

De VBDO stelt vast dat slechts een handvol bedrijven in hun gedragscode voor leveranciers voorwaarden op leefbaar loon heeft geformuleerd. 2 van de 37 bedrijven doen de toezegging in hun verslaglegging, dat zij leefbaar loon uitbetalen in de leveranciersketens.

Verantwoord belastingbeleid

Naast leefbaar loon heeft de VBDO de bedrijven ook vragen gesteld over verantwoord belastingbeleid. VBDO vindt dat belastingbeleid onderdeel moet uitmaken van het duurzaamheidsbeleid van elke multinationale onderneming. Dat steeds meer bedrijven het thema op de agenda zetten, stemt de VBDO tevreden. Het aantal bedrijven met een verantwoord belastingbeleid is de afgelopen jaren flink gestegen: van 3 procent in 2013 naar 78 procent in 2016.

Toch heeft de VBDO ook kritische voetnoten. Een groot aandachtspunt is dat slechts 3 van de 37 onderzochte bedrijven verslag doet volgens de internationale richtlijnen voor ‘Country by Country Reporting’, waarbij een onderneming per land inzichtelijk maakt hoeveel belasting zij afdraagt. Twee van de drie partijen zijn banken. Deze zijn verplicht om op deze manier verslag te leggen. De derde partij, Sligro, draagt alleen in Nederland belasting af gezien de werkzaamheden en kantoren zich binnen de landsgrenzen bevinden. Een veel gehoord argument om niet aan country-by-country reporting te doen is de concurrentiegevoeligheid van de informatie.