26 februari 2016, Redactie

Consument wantrouwt ‘groen gas’

Terwijl ruim de helft van de Nederlandse huishoudens voor groene stroom kiest, heeft nog maar 15 procent groen gas. Meer dan een derde weet zelfs niet of hun gas groen of grijs is. Dat blijkt uit onderzoek onder 2.844 respondenten in opdracht van Stichting HIER klimaatbureau.

Omdat er in Nederland nog nauwelijks duurzaam opgewekt gas (biogas) wordt aangeboden, gaat het bij groen gas meestal om gas waarvan de CO₂-uitstoot wordt gecompenseerd door ergens anders uitstoot van broeikasgassen te voorkomen of reduceren. Jade Oudejans, compensatiedeskundige bij het HIER klimaatbureau ziet dat terug in het consumentenbewustzijn: “We merken dat niet iedereen zich bewust is van zijn gasverbruik en dat veel mensen bij energie als eerste denken aan elektriciteit. Voor het tegengaan van klimaatverandering is de keuze voor groen gas echter heel belangrijk, want Nederlandse huishoudens stoten met gas bijna twee keer zoveel CO₂ uit als met stroom. Uiteindelijk moeten we volledig van aardgas af en overstappen op duurzame alternatieven zoals warmte en biogas, maar tot die tijd is gecompenseerd gas in combinatie met gasbesparende maatregelen een goede oplossing.”

Wantrouwen

Veertig procent van de Nederlanders heeft geen groen gas. De meest voorkomende reden om niet voor groen gas te kiezen, is wantrouwen. Ruim een kwart van de respondenten die geen groen gas hebben, geven aan dat zij de ‘groene claims’ van de aanbieders niet vertrouwen. Andere veelvoorkomende redenen zijn het feit dat de energieleverancier het niet aanbiedt, het niet belangrijk vinden of de prijs.

Wel groene stroom, maar geen groen gas

Maar liefst 37 procent van de Nederlanders heeft geen idee of hun gas groen of grijs is. Opvallend is dat bijna een derde van deze groep wel weet dat zij groene stroom heeft.   Stijn de Lange van vergelijkingssite Independer: “De groenheid van een energiecontract wordt door de consument over het algemeen beoordeeld op basis van het stroomproduct. Niet veel mensen kijken naar de duurzaamheid van het gas.”