15 december 2015, Redactie

Illegalen trekken zelf tanden

“Veel mensen zonder verblijfsvergunning stellen zorg uit of gaan zelf medische handelingen verrichten.” Dat zegt Arianne de Jong, directeur van Dokters van de Wereld. De hulporganisatie krijgt regelmatig patiënten op spreekuur met medische complicaties die voortkomen uit zelf dokteren. Belangrijkste oorzaak voor die ontwikkeling is volgens De Jong de verschraling van het basispakket.

Vooral het schrappen van tandheelkunde voor volwassenen uit het basispakket heeft geleid tot het uitstellen of vermijden van noodzakelijke zorg. Een op de vijf mensen die de spreekuren van Dokters van de Wereld bezoeken, komt met tandpijn, ontstekingen of een abces in de mond. Dat leidt soms tot schrijnende toestanden. “Er zijn ons gevallen bekend van mensen die zelf hun tanden hebben getrokken.”

Uitstel van zorg
Onderzoek van de hulporganisatie onder de bezoekers van de spreekuren laat zien dat maar liefst 60 procent van de patiënten met één of meer chronische aandoeningen zorg uitstelt. Ruim de helft van de patiënten die op spreekuur komen, hebben minstens één noodzakelijke behandeling nodig. Ruim twintig procent van de patiënten heeft minstens één preventieve behandeling nodig.

Oorzaak van het uitstel moet volgens De Jong vooral gezocht worden in de ontoegankelijkheid van de zorg. Maar liefst acht op de tien bezoekers van de spreekuren ondervindt problemen bij het krijgen van zorg. In de eerstelijnszorg, de zorg waarvoor geen verwijzing nodig is, constateert Dokters van de Wereld dat vooral tandheelkunde en fysiotherapie ontoegankelijk zijn voor mensen zonder verblijfsvergunning. Daarnaast maakt de organisatie zich zorgen over de gevolgen van het verdwijnen van anticonceptie uit het pakket en de invoering van een eigen bijdrage voor medicijnen.

Declareren
Geld is volgens De Jong het belangrijkste obstakel. “Het lukt ons heel aardig om mensen te bemiddelen naar een huisarts of een verloskundige. Die kunnen hun diensten immers declareren. Lastiger wordt het bij zorg die de afgelopen jaren uit het basispakket is gehaald. Dan zijn we vaak afhankelijk van de goodwill van zorgverleners uit ons eigen netwerk die de zorg gratis of tegen gereduceerd tarief leveren.”

Vreemdelingen zonder verblijfsvergunning hebben in Nederland recht op medisch noodzakelijke zorg, zo is bij wet geregeld. Zorgverleners kunnen de hulpverlening aan deze groep declareren bij het Zorginstituut Nederland (ZiNL). Die vergoedt echter alleen de ziektekosten uit het basispakket en alleen als de patiënt niet bij machte is die kosten zelf te dragen.

Noodfondsen
Sinds de verschraling van het basispakket is ingezet, hebben enkele gemeenten en steunorganisaties noodfondsen in het leven geroepen. De Jong juicht die initiatieven toe, maar ziet geen duurzame oplossing in lokale noodfondsen. “Noodfondsen zijn lapmiddelen. We zijn er blij mee, maar er moet een structurele oplossing komen. Om te beginnen moeten de gevolgen van de verschraling in kaart gebracht worden. We moeten snel zicht krijgen op de werkelijke zorgbehoefte want uitstel van zorg leidt niet alleen tot menselijk leed, het leidt ook tot duurdere zorg. Op dit moment zien we patiënten bijvoorbeeld tandartsbezoeken uitstellen omdat ze geen geld hebben. Pas als door uitstel de medische noodzaak ontstaat om een kaakchirurg in te schakelen, kunnen ze zichzelf laten helpen. De kaakchirurg wordt namelijk wel vergoed. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop.”

Nederlanders
Het probleem van de uitgestelde zorg beperkt zich volgens De Jong overigens niet tot ongedocumenteerde migranten. Dokters van de Wereld krijgt regelmatig hulpaanvragen van patiënten met een Nederlands paspoort. “We zien maar het topje van de ijsberg, maar we durven daaruit op te maken dat ook Nederlanders zorg mijden of uitstellen om kosten te besparen.”

De Jong licht haar betoog toe tijdens de presentatie van De Zorgbus, aanstaande donderdag. Met de nieuwe mobiele voorlichtings- en spreekuurpost wil Dokters van de Wereld onder meer beter toegang krijgen tot mensen die in de illegaliteit leven. “Dat stelt ons niet alleen in staat om meer mensen naar reguliere zorg te begeleiden. Het helpt ons ook om de werkelijke zorgbehoefte beter in kaart brengen”, aldus De Jong.