25 augustus 2014, Redactie

Beursgenoteerde bedrijven hebben weinig aandacht voor verantwoord belastingbeleid

“Beursgenoteerde bedrijven die een verantwoord belastingbeleid hebben ontwikkeld, zijn moeilijk te vinden.” Dat zegt Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). De beleggersvereniging constateert dat bedrijven moeite hebben om belasting te zien als onderdeel van MVO beleid.

De VBDO voerde de afgelopen maanden met 68 beursgenoteerde ondernemingen een dialoog. Met dit  engagementproces wil de VBDO aandacht vragen bij ondernemingen voor MVO. De vereniging bezocht 49 aandeelhoudersvergaderingen en stelde vragen over duurzaamheidsthema’s. Verantwoord belastingbeleid is dit jaar een van de hoofdthema’s die de VBDO aan de orde stelt, naast mensenrechten en circulaire economie.

Verantwoord belastingbeleid
De wijze waarop bedrijven het thema verantwoord belastingbeleid hebben opgepikt, stelt de VBDO-voorman teleur. Slechts 15 procent van de bedrijven waar de vereniging engagement mee voerde, hebben een verantwoord belastingbeleid geformuleerd. “Het lijkt alsof alle kritiek op belastingontwijking tegen dovemansoren gericht is geweest.” Van der Helm doelt daarmee vooral op de ophef die is ontstaan nadat de Volkskrant vorig jaar onthulde dat Nederlandse multinationals zich van dochterondernemingen in belastingparadijzen bedienen om belastingen te ontwijken.

Van dergelijke praktijken distantiëren de meeste bedrijven zich overigens wel wanneer ze tijdens aandeelhoudersvergaderingen wordt gevraagd naar hun belastingbeleid. Ze verzekeren de VBDO-afgevaardigden zich niet te bedienen van ‘exotische constructies’. Ook zeggen de meeste bedrijven zich te houden aan nationale en internationale regelgeving inzake belastingafdrachten.
Maar die volgen volgens de beleggersvereniging, niet de geest van de wet.“Het gaat er juist om dat bedrijven meer doen dan alleen maar aan de wet voldoen. Belastingbeleid moet onderdeel zijn van het MVO beleid. Belastingen moeten geen inkomstenbron op zichzelf zijn en evenmin gezien worden als kostenpost, maar als duurzame investering in de samenleving”, aldus Van der Helm.

Concurrentiegevoelig
“Het is bovendien lastig echt zicht te krijgen op hoe en waar bedrijven belasting betalen omdat zo weinig bedrijven rapporteren over belastingafdrachten per land”, aldus Van der Helm. De VBDO hamert daarom op het belang van de zogenaamde country-by-country reporting. Een veel gehoord argument van bedrijven om die informatie niet op die manier te rapporteren, is dat het concurrentiegevoelige informatie betreft en een grote administratieve last is.

Mensenrechten
De VBDO stelde dit jaar ook vragen over circulaire economie en mensenrechtenbeleid. De vereniging lijkt voorzichtig successen te boeken op dat laatste terrein. Mensenrechtenbeleid krijgt allengs meer aandacht van bedrijven. Van alle onderzochte bedrijven heeft 43 procent inmiddels beleid geformuleerd dat de internationale wet- en regelgeving overstijgt. “Je moet dan bijvoorbeeld denken aan het inventariseren van mogelijke mensenrechtenschendingen bij toeleveranciers. Zo’n due diligence op mensenrechten is buitengewoon belangrijk, maar niet bij wet verplicht. Dat zoveel bedrijven zich committeren aan gedegen mensenrechtenbeleid is een goede ontwikkeling, maar we zijn er nog niet.”

Circulaire economie
De VBDO stelde dit jaar ook vragen over circulaire economie. Vooral grote technologiebedrijven als ASML en Philips passen circulaire principes toe. Maar ook anderen haken aan. De VBDO stelt vast dat 37 procent van de onderzochte bedrijven al beleid heeft ontwikkeld of zelfs een programma heeft ontplooid om circulaire producten te maken en daar een goed business model voor te creëren. “Niet raar als je bedenkt dat circulaire business alleen al in Europa een kostenreductie van 500 miljard kan opleveren”, aldus Van der Helm.