13 mei 2014, Redactie

Standpunt Ahold over vakbondslidmaatschap blijft twistpunt

“Ahold is van alle Amerikaanse retailers waarschijnlijk het bedrijf met de meeste vakbondsvrijheid”, zegt Ahold-topman Jan Hommen. De CEO reageert daarmee tijdens de meest recente aandeelhoudersvergadering op kritische vragen van de VBDO over vakbondsvrijheid bij Ahold-ondernemingen in de Verenigde Staten.


Het onderwerp blijft een twistpunt tussen de beleggersvereniging en de retailer. De VBDO valt over een statement van Ahold in haar Responsible Retailing Report (RRR) over vakbonden. Daarin stelt het bedrijf dat het de voorkeur geeft aan rechtstreekse dialogen met werknemers boven onderhandelingen met vakbonden.

Vrijheid

Hommen vindt het Ahold-beleid in de VS op dit punt in lijn met de richtlijnen van de UN Global Compact, het raamwerk voor sociaal verantwoord ondernemen van de Verenigde Naties. “Wij geven als bedrijf de vrijheid van associatie aan alle medewerkers waar ze ook maar willen.”

De VBDO hekelt dat standpunt. De vereniging is van mening dat de uitgesproken voorkeur van de werkgever wel degelijk conflicteert met de UN Global Compact richtlijnen. De ongelijke machtsbalans in de relatie tussen werkgever en werknemer maakt dat Ahold met haar openlijke stellingname veel druk uitoefent op werknemers om geen lid te worden van een vakbond.

Terughoudend

De VBDO dringt er bij Ahold op aan zich op dit punt terughoudender op te stellen. Maar de VBDO-afvaardiging kan op dat punt geen toezeggingen uit de mond van Hommen optekenen