14 mei 2013, Paul van der Sneppen (redactie)

“Ontwikkelingshulp is investeren, niet subsidiëren”

Vrijwel de hele ontwikkelingssector loopt te hoop tegen het nieuwe ontwikkelingsbeleid van minister Ploumen dat er vooral op gericht is om het Nederlandse bedrijfsleven meer te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking en verduurzaming. Het beleid oogst vooral kritiek. Maar niet van Nico Roozen, voorman van ontwikkelingsorganisatie Solidaridad. Hij sprak afgelopen maand in lovende bewoordingen tot de Tweede Kamer over Ploumen’s nieuwe koers. Roozen lijkt het debat over ontwikkelingshulp ‘gewonnen’ te hebben en kraait victorie.

Roozen legt in zijn betoog tegenover de Kamerleden een gevoelige plek bloot. Ontwikkelingsorganisaties moeten een stapje opzij zetten. De ‘ontwikkelingsindustrie’, zoals voormalig minister Koenders de sector voor het eerst waagde te noemen, voelt zich buitenspel gezet en spartelt nog tegen, zo lijkt de ondertoon van het pleit. Dat eindigt dan ook met een klemmend verzoek aan de politici om toch vooral de rug recht te houden, de minister te steunen en niet de verzanden in ‘partijpolitiek’.

Weerspannig

“Barensweeën”, noemt Roozen de kritische geluiden uit de ontwikkelingssector. De Solidaridad-voorman refereert zijdelings aan die weerspannigheid van ‘de sector’ als hij Ploumen looft voor het feit dat ze ‘organisaties die al eerder hebben gekozen voor de verbinding tussen hulp en handel’ met haar mee mogen denken. De omfloerste bewoordingen waarin deze loftuiting is gegoten, kunnen niet verhullen dat, wat Roozen betreft, de ontwikkelingsindustrie bestaat uit twee groepen, Solidaridad en een handjevol voortrekkers en de achterblijvers die blijven vastzitten in verouderde definities van ontwikkelingssamenwerking. ‘Oud links denken’, noemde Roozen het al eens. Het behoeft geen betoog dat hij voor de laatste groep weinig toekomst weggelegd ziet. Het is, aanhaken of afhaken.

Roozen mag met recht één van de architecten van het zogenaamde multistakeholderinitiatief genoemd worden, ontwikkelingsinitiatieven waarin betrokken partijen samenwerken aan verduurzaming van, bijvoorbeeld, de productieketens van cacao of soja. Hij zit aan tafel met grote multinationals als Mars, Ahold en SaraLee om te praten over verduurzaming. Wat hem betreft zijn niet ontwikkelingsorganisaties, maar vooral marktpartijen aan zet als het gaat om grote duurzaamheidsthema’s als mondiale voedselzekerheid enerzijds en het behoud van natuur en milieu anderzijds: “Bedrijven moeten het doen”, zo houdt hij de Kamerleden voor.

Subsidie

“Het subsidiëren van bedrijven is daarbij meestal niet nodig”, zo stelt de Solidaridad-voorman. “Integendeel. Mobiliseer liever hun eigen investeringsbereidheid in duurzame ketenontwikkeling.” Roozen ziet in dat ‘mobiliseren’ overigens wel een rol weggelegd voor de overheid en de belastingbetaler: “Marktspelers garanderen de continuïteit van het initiatief nadat de overheid met publiek geld heeft geïntervenieerd.”

En dat is precies wat Ploumen, volgens Roozen, voorstaat. Roozen heft de PvdA-minister op het schild als een visionair en durfal: “Minister Van Ardenne koos al aarzelend dit pad, Koenders gaf nieuwe impulsen en Knapen vervolgde. Maar Ploumen heeft de moed om een echt nieuwe koers neer te zetten”, zo looft Roozen de minister van ontwikkelingssamenwerking.

Halfslachtig

Maar die lof aan het adres van Ploumen komt van een man die zelf nogal eens onder vuur ligt om zijn ideeën over duurzaamheid en ontwikkelingssamenwerking. De multistakeholderinitiatieven uit de stal van Solidaridad oogsten nogal eens felle kritiek van milieu- en ontwikkelingsorganisaties die de duurzaamheidslat hoger zeggen te leggen. Zo zijn de rondetafelinitiatieven ter verduurzaming van soja en palmolie (RTRS en RSPO) volgens critici teveel gericht op het sluiten van halfslachtige compromissen met het bedrijfsleven. Greenpeace klaagt zelfs dat Roozen’s vrijages met multinationals serieuze ambities, bijvoorbeeld in het lobbyen voor meer duurzame wet- en regelgeving, in de weg staan. De Duitse koepelorganisatie van natuurorganisaties, DNR, heeft er in 2011 bij het Wereld Natuur Fonds (WNF) zelfs op aangedrongen om uit het soja-overleg te stappen.

Toch kan Roozen een vernieuwende visie op ontwikkelingssamenwerking niet ontzegd worden en velen zijn hem, al dan niet schoorvoetend, gevolgd. Alle grote spelers in de ontwikkelingssector zitten nu met het bedrijfsleven in multistakeholderinitiatieven of zoeken toenadering tot samenwerking met bedrijven. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat Oxfam-Novib zich in reclames voor wc-papier en maandverbandjes vertoont of duurzame chocolade van Ahold promoot.

Wat men ook van die samenwerking vindt, in één ding krijgt Roozen in ieder geval gelijk, naar het zich laat aanzien. Het tij is niet meer te keren. Al was het maar omdat Ploumen’s voorganger Ben Knapen al meer dan 100 miljoen euro toewees aan het Initiatief Duurzame Handel (IDH), een pact tussen ontwikkelingsorganisaties en bedrijven die samenwerken in verduurzaming van productieketens. Die pot is in 2015 leeg. Maar Roozen schudt met zijn loftuitingen aan het adres van Ploumen alweer flink aan de boom, zo lijkt het. De vraag rijst of het debat over ontwikkelingssamenwerking achter de schermen niet vooral gaat over de knikkers en wie ermee mag spelen en daarna pas over de inhoud.

Vond u dit een nuttig artikel? Doneer!

Steun Wereldburgers.TV ook door ons te volgen op Facebook en Twitter