28 januari 2013, Redactie

Consumentenbond kritisch over goede doelen

“Een lijst met daarop goede doelen die hun geld wel goed besteden, kan de Consumentenbond u niet geven. Er is meer transparantie nodig. De goededoelensector is aan zet.” Zo stelt de Consumentenbond het artikel dat afgelopen week is verschenen in de Consumentengids.

De bond helpt in het artikel een aantal misvattingen uit de wereld. Voor een deel zijn dat misvattingen die door de goededoelensector zelf in stand worden gehouden.

Goededoelenwaakhond

De belangrijkste daarvan is wel de suggestie dat het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) bestedingen van goede doelen controleert. In werkelijkheid reikt het toezicht van de door de sector zelf in het leven geroepen goededoelenwaakhond niet zo ver. Het CBF beperkt zich slechts tot boekencontrole. Zo kan bijvoorbeeld enigszins inzichtelijk worden gemaakt hoeveel procent van het geefgeld wordt besteed aan campagnes voor fondsenwerving. Het CBF hanteert hiervoor een toelaatbare norm van maximaal 25 procent. Wat er feitelijk met geld van donateurs gebeurt, heeft de toezichthouder geen enkel zicht op, moet ze desgevraagd toegeven.

De Belastingdienst

Een tweede misvatting is dat de ANBI-status die De Belastingdienst toekent aan organisaties met een maatschappelijke missie ook een soort keurmerk is. Veel goede doelen wekken die suggestie maar al te graag om een air van betrouwbaarheid om zich heen te creëren. De ANBI-status is echter slechts een formele verklaring die niet meer betekent dan dat de organisatie statutair een ‘goed doel’ is en daardoor in aanmerking komt voor vrijstelling van belastingheffing. De Belastingdienst controleert, behalve die statutaire bepaling, niets.

Al met al concludeert De Consumentenbond dat er ‘slecht zicht’ is op goede doelen. Ze laat haar leden achter met een tip die ze optekent uit de mond van Irene Mol, een beheerder van filantropisch vermogen die veel investeert in goede doelen. Mol adviseert donateurs om hun giften niet teveel te versnipperen: “Kies een thema dat jij belangrijk vindt. Verdiep je daarin en stel vragen.”

Bron: Consumentenbond