07 december 2012, Josje Hoppenbrouwers (redactie)

Corruptie-index wil kinderziektes maar niet ontgroeien

De jaarlijks door Transparency International gepresenteerde Corruption Perceptions Index (CPI) ‘rammelt nog steeds aan alle kanten’. De door de makers beloofde verbeteringen zijn niet doorgevoerd. Dat zegt corruptie-expert Michel van Hulten, een van de oprichters van Transparency International in Berlijn. Transparency International Nederland presenteerde woensdag de CPI 2012.

“De Corruptie-index CPI wordt door rijke Westerse landen misbruikt om zichzelf een ‘schoon’ en integer imago aan te meten”, vindt Van Hulten. Zijn kritiek op de CPI leidde herhaaldelijk tot Kamervragen omdat ook de Nederlandse overheid Transparency International subsidieert. De organisatie erkende de kritiek van Van Hulten en beloofde betering. De onderzoeksmethodiek zou worden aangepast.

Wankele basis

Dat is wederom niet gebeurd, constateert Van Hulten deze week na de CPI 2012 bestudeerd te hebben. Zijn belangrijkste kritiek staat nog steeds overeind. Het onderzoek zou een wankele wetenschappelijke basis hebben: “Zonder nadere uitleg gaan de makers van CPI-2012 voorbij aan het advies van de twee belangrijkste adviseurs-hoogleraren van Columbia-University en London School of Economics die moesten helpen de CPI tot een geloofwaardig en wetenschappelijk verantwoord product te maken.”

Het resultaat is volgens het ‘de klokkenluider’ van Transparency International een ‘eenzijdig’ onderzoek’ dat een vertekend beeld geeft van corruptie in de wereld: “De respondenten stammen in overweldigende mate uit kringen van blanke mannen in leidende posities, ‘machthebbers’ dus. Vaak gaat het bovendien om ‘expats’, buitenlanders die in het onderzochte land wonen en van daaruit rapporteren over corruptie.” Het probleem daarbij is volgens Van Hulten dat juist deze groepen de belangrijkste ‘bronnen’ ofwel de veroorzakers van corruptie zijn. “In de steekproeven ontbreken vrouwen, werklozen, handarbeiders, lager opgeleiden, gehandicapten, eigenlijk iedereen die arm is en geen maatschappelijke invloed heeft. Bovendien spreken alle respondenten Engels. Franstalige, Spaanse, Portugese en Chinese studies ontbreken geheel in de index”.

Vertekend beeld

Van Hulten heeft bovendien stevige kritiek op het feit dat slechts ‘perceptie’, ofwel de ‘beleving’ van corruptie wordt gemeten. Dat zegt volgens de onderzoeker echter niets over de reële corruptie en de oorzaken daarvan. Toch wordt de index volgens de onderzoeker vaak als graadmeter gebruikt voor buitenlands beleid en presenteren nieuwsmedia de index veelal abusievelijk als een indicatie van reële corruptie. Daardoor zou bij het publiek een vertekend beeld ontstaan van corruptie in de wereld waarbij vooral arme landen vaak slecht uit de verf komen en rijke landen als ‘schoon’ en ‘integer’.

Van Hulten geldt al sinds jaar en dag als ‘luis in de pels’ van Transparency International. Zijn kritiek op de CPI wordt door de organisatie op veel punten onderschreven, maar aan die kritiek wordt volgens de wetenschapper nauwelijks gevolg gegeven. Volgens van Hulten komt dat doordat veel van de grootste geldschieters eigenlijk wel blij zijn met de uitkomsten van de corruptie-index: “Transperency International maakt zich kwetsbaar voor beïnvloeding door zich nagenoeg helemaal door regeringen te laten financieren.”

Geen invloed

“Onzin!”, vindt Paul Arlman, voorzitter van de Nederlandse afdeling van Transparency International. Hij is er stellig van overtuigt dat de financiering vanuit overheden geen enkele invloed heeft op de berichtgeving vanuit Transparency International Berlijn, of de plaatsing van landen op de index.

Transparency International ontvangt in totaal 21 miljoen euro per jaar van overheden. De Nederlandse bijdrage aan deze internationale organisatie is door de voormalig staatssecretaris van ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen verhoogd naar 1,2 miljoen euro per jaar in de periode 2011-2014. Een publicatie van Wereldburgers.tv over die subsidieverstrekking leidde vorig jaar nog tot Kamervragen. De staatssecretaris gaf aan te weten van de kritiek op de CPI, maar de subsidies zouden niet uitsluitend aangewend worden voor de CPI, maar tevens ten goede komen aan andere corruptie-indexen die Transparency International ontwikkelt.

Niet onder de indruk

Arlman onderschrijft de kritiek van Van Hulten op de CPI op veel punten: “Ook ik heb Berlijn laten weten dat ik ‘niet onder de indruk ben’. Ik heb bovendien geen enkele behoefte om te pretenderen dat het instrument meer is dan het is. Dus wat dat betreft heb ik er geen problemen mee om te zeggen dat het beter kan.” Maar de suggestie dat overheden Transparency International in stand houden om zelf goede sier te maken met een hoge plaatsing in de index werpt Arlman van zich af.

Nederland eindigt ook dit jaar weer in de top tien van landen waarin volgens de CPI-2012 het minste corruptie wordt ervaren. Vorig jaar stond Nederland op de zevende plaats. Dit jaar is dat de negende plaats. Dat is volgens Arlman geen significante verandering.

Zie ook:

Wereldburgers.tv: 4,8 miljoen voor ondeugdelijk corruptie-onderzoek