05 april 2011, Paul van der Sneppen (redactie)

Kritische voetnoten bij samenwerking WNF en Rabobank

Het Wereld natuur Fonds (WNF) en Rabobank gaan samenwerken om voedsel- en landbouwproductie te verduurzamen. Dat hebben de beide organisaties afgelopen week bekendgemaakt. Hoewel het streven naar duurzaamheid over het algemeen toegejuicht wordt, blijft de aangekondigde samenwerking niet helemaal zonder kritische voetnoten.
De bank en de milieuorganisatie willen samen projecten opzetten ‘die aantonen dat duurzaam ondernemen daadwerkelijk economische meerwaarde levert’, aldus het persbericht van de beide organisaties. De projecten richten zich op onder meer de productie van suikerriet, cacao en op de viskweek.

‘Business’

“Heel mooi, maar in een dergelijke samenwerking schuilt ook wel een beetje het gevaar dat WNF zelf teveel deel gaat uitmaken van ‘de business’,” waarschuwt Hessel Abbink Spaink, voormalig Manager Corporate Social Responsibility bij Rabobank International. Spaink adviseert tegenwoordig vanuit een eigen bureau over maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Daarbij richt hij zich niet uitsluitend tot ondernemers. Zo nu en dan heeft hij ook een goed advies voor maatschappelijke organisaties: “Samenwerking tussen NGO’s en bedrijven blijft lastig. NGO’s moeten oppassen dat ze niet voor het karretje van bedrijfsbelangen worden gespannen. Om te voorkomen dat een NGO zich gaandeweg teveel vereenzelvigt met standpunten van partners uit het bedrijfsleven is het belangrijk om een onafhankelijke raad van toezicht in het leven te roepen die waakt over de samenwerking met ondernemingen.”

Rechte rug

WNF gaat volgens Spaink behoorlijk ver in de samenwerking met bedrijven: “Best begrijpelijk want je bereikt er vaak meer mee dan wanneer je jezelf steeds maar aan de poort vastketent.”

Toch heeft hij niet de indruk dat  WNF zich makkelijk laat ‘piepelen’. Ooit ging de milieuorganisatie een samenwerking aan met energiemaatschappij Essent. Toen Essent zou worden overgenomen door RWE, verbrak WNF de samenwerking. WNF was er niet van overtuigd dat RWE voldoende aandacht heeft voor duurzaamheid. Het Duitse bedrijf exploiteert uiterst vervuilende bruinkool- en steenkoolcentrales. “In dit voorbeeld heeft WNF de rug recht gehouden en misschien zelfs invloed gehad op het duurzaamheidbeleid bij RWE. Maar je mag er niet vanuit gaan dat dat altijd vanzelf goed gaat. Er is toezicht nodig.”

Spaink’s kritische voetnoten staan niet op zichzelf. Vrijages tussen NGO’s en bedrijfsleven leiden soms tot uiterst discutabele compromissen. Onlangs nog protesteerden boeren en milieuorganisaties tegen het RTRS-keurmerk voor duurzame soja. Dat kwaliteitszegel is door onder meer WNF, ontwikkelingsorganisatie Solidaridad en een coalitie van sojaproducenten in het leven geroepen. Met de ‘duurzame’ soja zou echter van alles mis zijn. Zo worden er enorme hoeveelheden gif gebruikt bij de teelt, aldus de critici.

Zie ook:

Wereldburgers.TV: Kritiek op duurzame soja