19 december 2010, Janneke Donkerlo (redactie)

Kritiek op ‘Groene muur’ tegen woestijn

Greatgreenbelt

Megalomaan?...

Negentig miljoen euro voor de aanleg van een groene muur van bomen die de verwoestijning van de Sahel moet tegengaan. Weggegooid geld, zeggen lokale boeren en deskundigen. Lokale initiatieven kosten minder geld en zijn veel effectiever.

Het idee van een grote groene muur door Afrika is al een oud idee, maar pas onlangs hebben banken en donoren negentig miljoen euro beschikbaar gesteld voor de aanleg ervan. De ‘groene muur’ is een strook bomen van vijftien km breed en 7775 km lang, van het oosten naar het westen. De muur moet de verwoestijning tegengaan. Het plan is bedacht door elf Afrikaanse leiders en strekt zich uit van Senegal tot Djibouti.

In het tijdschrift Onze Wereld  relativeert Chris Reij van het Centrum voor Internationale Samenwerking van de Vrije Universiteit van Amsterdam het enthousiasme voor de groene muur. Volgens hem is het planten van bomen in de Sahel minder eenvoudig dan het lijkt. ‘Doorgaans gaat zo’n 80 tot 90 procent van de aangeplante bomen binnen twee jaar dood.’

Mooi maar oppervlakkig plan

Frank van Schoubroeck, zelfstandig adviseur op het gebied van tropische landbouw, vindt het mooi dat de Afrikaanse presidenten wijzen op het belang van groen: “Bomen zorgen een vruchtbaarder grond en hogere landbouwopbrengsten. Maar de groene muur is op zich een oppervlakkig plan. Ik sprak vorige week een lokale boerenleider in Niger. Hij zegt dat je niet zomaar bomen kunt planten. Er moet eerst sprake zijn van beter landbeheer.”

Lange tijd golden in grote delen van Afrika oude koloniale regels, ook na de onafhankelijkheid. Boeren hadden geen rechten, ze kregen een boete als ze bomen kapten. Toch was er kaalslag. Bosbeambten kapten voor eigen gewin en illegale kap door de bevolking deed vervolgens de rest. Van Schoubroeck: “Zorgen voor landrechten en aandacht voor lokaal ontwikkelde landbouwmethodes zijn daarom veel belangrijker. Bomen planten is mooi, maar niet als dit van hogerhand wordt opgelegd.”

Hogere opbrengst

Lokale pioniers daarentegen blijken goud waard. Zoals Yacouba Sawadogo uit Burkina Faso. Hij verfijnde traditionele planttechnieken. Toen hij ermee begon in 1980 werd hij tegengewerkt en voor gek versleten. Inmiddels wordt hij in eigen land – en daarbuiten – geroemd en geprezen.

In Mali benutten landbouwers al sinds enige tijd de zaden en wortelresten in de grond die jarenlang de droogte hebben overleefd. Door deze spontane zaailingen te beschermen tegen houtkap neemt het aantal bomen vanzelf toe, zo blijkt uit een reportage van Nieuwsuur. Bomen en landbouwgewassen kunnen in de hete en droge Sahel goed naast elkaar bestaan. En de opbrengsten in de landbouw nemen nog toe ook.

Zie ook:

Filmtip: ‘The Man Who Stopped the Desert’

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Dzah_5y65AU[/youtube]

Nieuwsuur: Boeren keren verwoestijning in Mali

Onze wereld: Grote groene muur door Afrika

The Man Who Stopped the Desert