04 november 2010, Paul van der Sneppen (redactie)

Impact goede doelen onder de loep

-interview-

Dagblad Trouw heeft deze week een top-50 van goede doelen in de gezondheidszorg gepubliceerd. De ranglijst is tot stand gekomen in samenwerking met het Centraal Informatiepunt Goede Doelen (CIGD) en de Erasmusuniversiteit. De samenstellers zeggen vooral impact van de organisaties te meten. Dat is vernieuwend, maar helemaal zonder kritiek blijft het initiatief niet. Wereldburgers.tv sprak met ‘goededoelenwatcher’ Irene Mol.

“Dat goede doelen transparant proberen te zijn, is toe te juichen. Dat ze impact proberen te meten ook. Maar zo’n top-50 vind ik dan weer jammer. Dat riekt toch naar ‘window-dressing’, zegt Irene Mol. Mol is directeur van Stichting Pequeno, een klein vermogensfonds dat, niet alleen charitatieve projecten financiert, maar ook ijvert voor een meer tranparante en duurzame goededoelensector.

Controleren
Het probleem bij de samenstelling van deze top-50 is, volgens haar, dat de goede doelen zelf de gegevens aanleveren: “Niemand kan die gegevens controleren. Dat is al sinds jaar en dag het probleem en heel lastig op te lossen. Als je als goed doel bovendien weet dat jouw gegevens gebruikt worden om jouw organisatie te vergelijken met anderen dan ben je snel in de verleiding om de waarheid iets mooier voor te stellen dan ze is.”

Mol is vanuit haar ervaringen als professioneel filantroop een kritisch ‘goededoelenwatcher’ geworden. Ze hamert al jaren op meer transparantie bij fondsenwervende instellingen. Ze ziet daarin vooral een rol weggelegd voor de journalistiek, maar juist die laat het vaak afweten: “Dat een gezaghebbende krant als Trouw zich bijvoorbeeld inlaat met een goede doelen top-50 vind ik discutabel.  Trouw zou moeten doen wat Pequeno doet, namelijk kritisch kijken of er kwetsbare plekken zitten in een dergelijk onderzoek.”

Simplificatie
Een ranglijst voor goede doelen simplificeert de complexiteit van filantropie te veel, vindt Mol: “Zo’n top-50 is bedoeld om donateurs de weg te wijzen, om ze het kiezen makkelijk te maken eigenlijk. Maar het biedt slechts schijnzekerheid. Ik vind het jammer dat Trouw daaraan meewerkt en niet meer afstand bewaart tot de goededoelensector.”

Mol heeft sowieso haar bedenkingen bij de wijze waarop veel nieuwsmedia met goede doelen omgaan: “Ofwel ze nemen informatie van fondsenwervende instellingen klakkeloos over of ze slaan juist door in hun kritiek om maar vette krantenkoppen te kunnen schrijven. In beide gevallen dragen journalisten niet bij aan realistische beeldvorming.”

Dagtaak

De ‘goededoelenwatcher’ heeft wel begrip voor het feit dat organisaties worstelen met de transparantie-eisen die door de samenleving in toenemende mate worden gesteld. Ze hebben volgens haar een dagtaak aan het invullen van enquêtes van onderzoekers. Ze vindt dat niet goed: “Charitatieve organisaties moeten zich natuurlijk vooral met hun missie kunnen bezighouden.  Bovendien worden onderzoeken nu  vaak gedaan door onderzoekers die banden hebben met de goededoelensector en vaak zelfs werken in opdracht van die bedrijfstak. Dat tast de geloofwaardigheid van hun werk aan.”

De top-50 waar dagblad Trouw haar naam aan leent, is samengesteld op grond van een onderzoek van het CIGD en het Erasmus Centrum voor Strategische Filantropie (ECSP). Er zijn vijfhonderd goede doelen op het gebied van gezondheidszorg bevraagd. De onderzoekers hebben bij de goede doelen informatie opgevraagd over de opzet van de organisatie, het niveau van transparantie en de manier waarop projecten worden aangepakt.

Aan de hand van de informatie die de onderzoekers hebben gekregen van de goede doelen proberen ze een oordeel te vormen over de maatschappelijke prestatie van charitatieve organisaties. De kans op succes neemt volgens de onderzoekers bijvoorbeeld toe bij goede doelen die transparant zijn en de doelgroep betrekken bij de totstandkoming van projecten. “Niks mis mee”, vindt Mol. “Maar gebruik zo’n onderzoek om ervan te leren. Maak van ‘goed doen’ geen wedstrijd.”

Zie ook:

Trouw: ‘Top-50 van goede doelen opgesteld’