07 oktober 2010, Paul van der Sneppen (redactie)

“Subsidies maken goede doelen lui”

Geefgeld

Waar blijft mijn 'geefgeld'?...

Grote gevers zijn ontevreden over goede doelen. Dat blijkt uit onderzoek van Diana van Maasdijk, adviseur in de filantropische sector. De onderzoekster sprak met rijke weldoeners over hun ervaringen met goede doelen. 

“Filantropen vinden goede doelen niet transparant, opportunistisch, onderontwikkeld en teveel gericht op fondsenwerving”, constateert Van Maasdijk.

De onderzoekster heeft wel een verklaring voor de onbevredigende relaties tussen filantropen en de goede doelen. Ze denkt dat overheidssubsidies goede doelen ‘lui’ hebben gemaakt: “In Nederland gaat heel veel geld van de overheid naar maatschappelijke organisaties. Dat is vrij uniek in de wereld. Goede doelen zijn daardoor minder afhankelijk van donateurs. Dat maakt ze wat gemakzuchtig en weinig transparant”, zo laat ze Wereldburgers.tv desgevraagd weten.

Praatstoel

Het onderzoek van Van Maasdijk is bijzonder want het is nog een hele kunst om rijke weldoeners te spreken te krijgen. De meeste grote donateurs houden hun vrijgevigheid graag stil. Van Maasdijk kreeg niettemin twintig filantropen op de praatstoel. Elk van hen heeft een vrij vermogen van minimaal vijf miljoen euro en wil daarmee iets goeds doen voor de wereld. De rijkste filantroop uit het onderzoek heeft meer dan 100 miljoen in kas.

Diana van Maasdijk

Diana van Maasdijk

Maar goed doen met dat geld blijkt nog een hele kunst. Goede organisaties vinden, is één van de grootste uitdagingen, vinden de filantropen. Slechts één van hen vindt de goededoelensector in Nederland goed georganiseerd. De rest is beduidend minder lovend over de bedrijfstak, merkt van Maasdijk op: “Filantropen hebben slechte ervaringen. Er wordt in behoorlijk harde bewoordingen gesproken over goede doelen. De helft van de respondenten in het onderzoek is niet tevreden over de resultaten die goede doelen boeken met hun geld.”

Transparantie

Een ander probleem dat de filantropen noemen, is het feit dat ze vaak niet weten wat er met hun geld gebeurt: “Er wordt veel gecommuniceerd, maar er is weinig transparantie”, aldus Van Maasdijk. Goede doelen spreken vooral over de noodzaak van hun werk en waarom ze meer geld nodig hebben. Wat ze er vervolgens mee doen, blijft vaak onduidelijk.

Keurmerken bieden ook al geen uitkomst, vinden de filantropen. “Ze vinden de kwaliteitzegels ongeloofwaardig. Goededoelenkeurmerken zoals het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) ervaren filantropen vooral als marketinginstrumenten, niet als toezichthouder.”

Directiesalarissen

Opmerkelijk is dat de ondervraagde filantropen nauwelijks spreken over de directiesalarissen bij goede doelen. Daar is de laatste tijd veel publieke verontwaardiging over, maar niet onder de grote gevers die Van Maasdijk sprak: “Dat wekt geen ergernis. Veel filantropen zijn zelf ondernemer en zijn dat soort directiesalarissen wel gewend.”

Maar daaraan meebetalen, is voor veel van hen toch weer een stap te ver. Van Maasdijk constateert dat haar onderzoeksgroep liever projecten financiert dan organisaties: “Filantropen willen een verschil maken. Ze willen vooral concreet zien wat er met hun geld is gedaan. Dat is wat ze motiveert.”

Geven of uitlenen

Het onderzoek signaleert ook een nieuwe trend. Rijke weldoeners zijn steeds meer geïnteresseerd in geld uitlenen in plaats van weggeven. Een derde van de respondenten leent al geld uit aan non-profit organisaties en sociale ondernemingen. De filantropen lijken daarmee richting te geven aan één van hun grootste wensen, meer prestatiegericht investeren in een betere wereld. Dat is dan ook één van de belangrijkste adviezen die Van Maasdijk meegeeft aan de goede doelen: “Prestatiegericht denken en meer transparantie. Laat successen, maar óók mislukkingen zien.”

©Wereldburgers.TV

Vond u dit een nuttig artikel? Doneer!

Steun Wereldburgers.TV door ons te volgen op Facebook en Twitter

Zie ook:

Diana van Maasdijk: Filantropie_en_vermogenden_in_Nederland

FM: De non-profit starvation cycle