01 oktober 2010, Janneke Donkerlo (redactie)

Afrikaanse boeren van regen in de drup

Op microkrediet ...

De Rabobank verleent microkrediet aan de Tanzaniaanse overheid met het doel daarmee de lokale cashewboeren te ondersteunen. Maar volgens analisten  weet de overheid op ingenieuze wijze met de kredieten haar eigen zak te spekken.

De Tanzaniaanse overheid heeft met een nieuwe wet de handel in cashewnoten volledig naar zich toegetrokken. Hierdoor krijgen de boeren nu niet méér, maar juist minder geld voor hun waar. Verschillende mensen hebben de bank hier al op gewezen. Zonder succes. “Rabobank Nederland is naïef of wil gewoon niet weten waar ze mee bezig is. Ze zegt de boeren te helpen, maar doet het tegenovergestelde.” Dat zegt Machiel Spuij, als zelfstandig landbouwkundig adviseur werkzaam  in het Oost-Afrikaanse land.

In Tanzania zijn zo’n 300.000 kleine cashewboeren.  Hun noten verkochten  zij voorheen aan tussenhandelaren. Die kochten in voor een paar grote, kapitaalkrachtige exporteurs.  Deze exporteurs hadden de markt echter onderling verdeeld, waardoor  tussen hen geen concurrentie was en de prijs voor boeren kunstmatig laag bleef.

Lening

Microkredieten moesten de kleine boeren een uitweg bieden. Door leningen te geven aan kleine zelfstandige handelaren,  zou de markt opengebroken worden en de concurrentie  toenemen. De prijs die boeren voor hun product krijgen, zou daardoor stijgen. Telkens als een locale handelaar zijn partijen zou opslaan in een centrale opslagplaats,  zou hij microkrediet krijgen van de de National Microcredit Bank (NMB), geld dat door de Rabobank ter beschikking is gesteld. De opgeslagen noten zouden dienen als onderpand. Een handelaar kon zo genoeg noten kopen om uiteindelijk via de veiling te exporteren.  Met het verdiende geld zou hij de lening kunnen terugbetalen.

Nieuwe wet

Maar in 2006, tegelijk met het invoeren van dit zogenaamde ‘warehouse receipt  system’, schafte de Tanzaniaanse regering de vrije handel af. Volgens een nieuwe wet  mogen dorpelingen hun noten voortaan alleen nog verkopen aan drie grote – door de overheid gecontroleerde – ’coöperaties’. Volgens  Spuij,  zijn boeren van de regen in de drup geraakt: “Tot aan de veiling is de vrije handel nu helemaal uitgeschakeld,  de overheid bepaalt de prijs. De bank laat zich misleiden door het begrip coöperatie. Ze denkt dat het daar democratisch aan toe gaat. De coöperaties worden echter gerund door overheidsambtenaren  en de opslagplaatsen door hun politieke vriendjes.  Een soort communistisch systeem dus.”

Zelf Kiezen

Uit cijfers van een rapport van de Wereldbank blijkt dat het inkomen van boeren is gedaald. Kregen ze in 1991 nog 64% van de exportprijs, in 2009 was dat nog maar 39%. Volgens analisten komt het verschil in de zakken van overheidsambtenaren en en in die van hun politieke vriendjes..  Onderzoekers van de Wereldbank vinden dat de boeren zelf moeten kunnen kiezen aan wie ze hun noten verkopen.

Rabobank Nederland legt de kritiek van De Wereldbank naast zich neer. In een reactie laat woordvoerder Manel Vrijenhoek van de Rabobank in Utrecht Wereldburgers.tv weten dat ze nog steeds achter hun werkwijze staan: ‘Op basis van haar contacten  heeft de NMB de indruk dat de boerencoöperaties  beter af zijn dan voorheen. De discussie wordt op goed niveau gevoerd en de NMB neemt daarin deel.’

Zie ook:

Wereldbank: What Works Better for Tanzanian Farmers?