31 augustus 2010, Redactie

Pensionado’s op ‘groene’ buitenlandmissie

Verbinding tussen Minsk, Vilnius, Kaunas en Kaliningrad

Noem het ontwikkelingssamenwerking of noem het promotie van de Nederlandse kenniseconomie. Het Global Gas Networks Initiative (GGNI) toont aan dat die twee niet mijlenver uit elkaar liggen. GGNI is begonnen als een eentweetje tussen demissionair minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken) en Marcel Kramer, CEO van de Gasunie.

De non-profit organisatie gaat zet pensionado’s uit de gasindustrie in om Nederlandse kennis van gaswinning en -distributie te verspreiden in de wereld. Goed voor het milieu, locale ontwikkeling en het Nederlandse bedrijfsleven, zo is de gedachte.

De gasvoorraden in de Nederlandse bodem raken langzamerhand uitgeput. Zo niet de kennis van gaswinning,  -distributie, transport en de opslag van gas. GGNI moet die kennis gaan vermarkten in de rest van de wereld. De organisatie is een samenwerkingsverband tussen vier grote Nederlandse aanbieders van gas, Gasunie, Enexis, Stedin en Alliander.

Pensionado’s

Opmerkelijk is dat GGNI pensionado’s uit de industrie inzet om Nederlandse kennis te verspreiden. Op die manier wordt de kennis die door het opraken van gas in Nederland dreigt te verwateren toch bewaard. De ‘oude rotten’ uit het vak creëren een nieuwe markt voor hun kennis.

‘Groene belangen’

Daarmee dienen ze ook ‘groene’ belangen. Vooral in ontwikkelingslanden gaat veel kostbaar gas verloren doordat distributie, opslag en het gebruik van gas niet goed geregeld is. Zo kunnen de ‘consultants’ van GGNI helpen om bijvoorbeeld woningen efficiënter te verwarmen. Litouwen heeft al de hulp van GGNI ingeroepen om de sterk verouderde stadsverwarming van de stad Kaunas te helpen moderniseren. Er is ook belangstelling getoond voor consults van GGNI vanuit Bangladesh, Rwanda, en Angola.

Bron: European Energy Review