22 april 2010, Marjan Smeitink (redactie)

Instortend kaartenhuis

-opinie-

De ontwikkelingshulp kraakt in haar voegen. Scherpe kritiek van alle kanten: van intellectuelen uit ontwikkelingslanden tot ongeleide projectielen als ex-Kamerlid Boekestijn. Plus een reeks vérgaande aanbevelingen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dat er iets moet veranderen is wel duidelijk.

Zestig jaar intensieve hulp, samenwerking, coaching, beïnvloeding, bevoogding (kies wat u passend lijkt) heeft vooral in Afrika té weinig opgeleverd. Is de toekomst aan de doe-het-zelvers misschien? De kleintjes zijn roerend enthousiast en weten van aanpakken. Maar is dat genoeg? Waar moet je beginnen bij zo’n veelomvattende crisis in zo’n grote bedrijfstak?

Iets wat misschien nog het makkelijkst aan te pakken is: de wildgroei van gesubsidieerde ‘draagvlak-activiteiten’ in eigen land. Dat doet pijn, zeker. Deze week hoorde ik iemand van een kleine organisatie klagen dat ‘ons voortbestaan aan een zijden draad hangt’ als er geen subsidie meer komt. Ai, dat doet pijn. Zeker bij zoveel hart voor de zaak.

Maar wat is er op tegen om zélf je keuzes te maken, zélf je missie en werkwijze kritisch onder de loep te houden en daarvoor zélf geldschieters te zoeken? Join the club, doe-het-zelvers in ontwikkelingshulp! Mooie gelegenheid voor een heel nieuw begin. Zowel inhoudelijk als financieel. Dit kaartenhuis heeft al iets te lang overeind gestaan.

Marjan Smeitink

Dit artikel is ook gepubliceerd in FM-Weekly

N.B: ‘kleinschalige particulier georganiseerde ontwikkelingshulp valt onder de ‘draagvlakactiviteiten’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, niet onder de reguliere ontwikkelingssamenwerking van het ministerie (red.)