Duurzaam spelersbeleid redt Nederlandse voetbal
De financiële crisis noopt tot duurzame bedrijfsvoering. Lokaal je producten inkopen is een belangrijk kenmerk daarvan. Dat zou ook wel eens de redding kunnen blijken van het Nederlandse voetbal.
Clubs zijn niet langer in staat de exorbitante transferbedragen, tekengelden en salarissen neer te leggen die de laatste twee decennia in de voetbalwereld normaal waren. Het personeelsbeleid krijgt noodgedwongen een andere focus, meer gericht op spelers van lokale bodem en uit de eigen kweekvijver. Helemaal niet erg, want al het goede komt lang altijd van ver, zo heeft de historie al aangetoond.
In 1995 besloot het Europese Hof van Justitie dat voetballers vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen na afloop van hun contract. Voor die tijd was het nog zo dat de oude club een transferbedrag kon eisen van de nieuwe club. Sinds het zogenaamde ‘Bosman-arrest’ kunnen voetballers echter makkelijker van club wisselen.
Spelers hebben de laatste vijftien jaar massaal gebruik gemaakt van de nieuw verworven rechten. Ook zijn ze meer salaris en tekengelden gaan vragen. Clubs betaalden de veelal hoge gages en handgeld omdat ze bang waren dat de spelers anders voor een andere club tekenden.
Langere contracten
De enige maatregel die clubs sinds het arrest kunnen nemen om leegloop te voorkomen, is de duur van de contracten langer maken. Wil een speler toch naar een andere club, dan dient het restant van het contract afgekocht te worden. Ook aan die transfersommen lijkt geen limiet te zitten, met als hoogtepunt de 94 miljoen euro die Real Madrid aan Manchester United betaalde voor de Portugees Christiano Ronaldo.
Ook in Nederland hebben clubs lang mee gehold in deze waanzinnige transferwedloop die pas door de financiële aan zijn eind lijkt gekomen. Arsene Wenger, trainer van Arsenal, noemde het beleid al eens pokeren. Dat dit spel ook goed mis kan gaan, is makkelijk te illustreren met een voorbeeld dicht bij huis. Ajax zette in 2008 all-in voor Miralem Sulejmani en telde liefst 16,25 miljoen euro neer. De toen 19-jarige speler had één seizoen weergaloos gevoetbald bij SC Heerenveen en leek een dure, maar gouden hand. Anderhalf jaar later blijkt dat Sulejmani de verwachtingen niet kan inlossen. Hij is nu nog maar een schijntje waard van wat hij heeft gekost.
Oplopende schulden
Het is zeker niet de enige fout die Ajax heeft gemaakt. In een intern rapport van de historisch gezien meest succesvolle voetbalvereniging van Nederland staat dat slechts 8,3 procent van alle 96 door de club aangekochte spelers in de afgelopen tien jaar succesvol, dat wil zeggen regelmatig basisspeler, zijn geweest.
Slechts één op de twaalf aankopen slaagt dus. Per maand is de club vier miljoen aan salarissen kwijt aan grotendeels overbodige spelers die vooral op de bank of de tribune zitten, een slordige 70 procent van de omzet. Ajax kampt nu met een schuld van naar schatting dertig miljoen euro.
De Amsterdamse club is zeker niet de enige die kampt met problemen als gevolg van een roekeloos financieel en transferbeleid. Vrijwel alle betaald-voetbalverenigingen hebben schulden. Feyenoord, qua supportersschare en historie de tweede club van Nederland, heeft ook een miljoenenschuld door te hoge salarissen, slechte aankopen en uitblijvende prestaties. Daardoor kan de Stadionclub, net als de Amsterdammers, geen riante salarissen meer in het vooruitzicht stellen en moet het -op papier- potentiële toppers aan zich voorbij laten gaan.
Jeugd
Op het eerste gezicht lijkt het daarom dat de voetbalclubs door die zware schuldenlast hun selecties kwalitatief niet langer op peil kunnen houden. Ze worden nu gedwongen zich meer te fixeren op spelers uit het binnenland en vooral op de eigen jeugd. Voor de veelal dure buitenlandse spelers, die vaak de voorkeur hebben gekregen omdat ze kant-en-klaar ingepast konden worden -althans zo was de redenering- is minder geld. Hun salarissen zijn voor veel clubs niet meer op te hoesten. Bij Feyenoord zijn de contouren van de gedwongen veranderde focus al zichtbaar. ‘Eigen’ jongens als Erwin Mulder, Leroy Fer, Georginio Wijnaldum, Stefan de Vrij, Luigi Bruins, Luc Castaignos en Diego Biseswar kloppen nadrukkelijk op de deur.
Op lange termijn lijkt dit de club echter alleen maar ten goede te komen. Voor dit seizoen is het misschien nog te vroeg om prijzen te pakken, al staat Feyenoord wél in de finale van de KNVB-beker. Prijzen pakken deed de club echter ook al niet met de legio aan peperdure spelers. De talenten van eigen bodem daarentegen maken elk jaar grote stappen voorwaarts en worden snel beter.
Hadden de Rotterdammers een goedgevulde schatkist, dan zou van de bovengenoemde spelers misschien één af en toe invallen. Nu staan ze praktisch elke wedstrijd in het veld. Het lijkt een kwestie van tijd alvorens ze rijp zijn om te oogsten. Als Feyenoord zorgt dat ze niet gratis de deur uitlopen, gaan ze over een paar jaar ook nog eens geld opleveren.
Talent boven subtoppers
Ook Ajax maakte afgelopen maand ook bekend dat het met een miljoenenschuld kampt. Toch werd niet lang geleden een middelmatige speler als Marko Pantelic als centrumspits aangetrokken. Een onbegrijpelijke beslissing. Hoewel hij transfervrij was, strijkt de Serviër wel een miljoen per jaar op. Sterspeler Suarez, één van de weinige aankopen die wél rendeert, moest voor Pantelic uitwijken naar de flankpositie, waar hij aanmerkelijk minder presteert. Talent Geoffrey Castillion kreeg tot zijn grote teleurstelling daardoor geen kans om zijn talenten te etaleren bij het eerste. Het is dergelijk kortetermijnbeleid, Pantelic was immers zo’n kant-en-klaar-speler, die nu de ontwikkeling van twee spelers dwarszit.
Nu ook Ajax zijn spelers niet langer miljoenensalarissen kan bieden, weet het ook een middenmoter als Pantelic niet langer aan zich binden. Op het eerste gezicht lijkt dat kwalijk. Zelfs modale spelers zijn niet meer haalbaar voor de Nederlandse top. Daardoor moeten clubs noodgedwongen eerder putten uit de eigen kweekvijver. Dat levert niet altijd meteen succes op, wat wel geëist wordt bij een topclub.
Maar juist die weg, met zelf opgeleide spelers, stond aan de basis van Ajax’ grootste succesperioden. Ook in de midden jaren ’70 en de midden jaren ’90 had niemand verwacht dat de Amsterdammers ooit nog tot de top zouden kunnen reiken. Niets bleek minder waar, het leverde de club de status op waar ze nog altijd op teert.
© Wereldburgers.TV
Vond u dit een nuttig artikel? Doneer.





Wat een prachtig artikel!!