‘Transition Towns’, de onmacht doorbreken
‘Ik doe mijn best voor verandering, maar de wereld draait gewoon door als altijd.’ Dat frustreert mensen en daar zit volgens Paul Hendriksen de kern van de aantrekkingskracht van de Transition Towns-beweging (TT), die in nog geen anderhalf jaar in Nederland wortel geschoten heeft.
“Mensen zijn in hun eentje thuis uitgeïnnoveerd,“ legt hij uit. ”Ze zien – denk maar aan Kopenhagen – dat het op regeringsniveau altijd te weinig te laat is en zoeken iets om hun gevoel van onmacht te doorbreken.“
Hendriksen maakte twee jaar geleden onverwacht kennis met de beweging, toen hij voor een cursus in Engeland was. Hij ziet zichzelf nog zitten in een kerkgebouw in Totnes (Devon), met twee tot driehonderd mensen variërend van rasta’s tot dames in de stijl van Her Majesty. Daar sprak ook Rob Hopkins, de man die ter plaatse in 2006 het eerste Transition-initiatief ontplooide en wiens Handbook de laatste tijd overal opduikt. Op het ogenblik zijn naar schatting wereldwijd al 2000 groepen onder de TT-vlag van start gegaan, waarvan 60 in Nederland.
Sinds die avond in Totnes is het snel gegaan. Paul Hendriksen las de handleiding van Hopkins, maakte vanaf december 2008 de nodige tijd vrij en ging – met een stadgenoot die ‘toevallig’ ook dat boek had ontdekt – in Deventer aan de slag. Ongeveer tegelijkertijd was hij betrokken bij de oprichting van een landelijke groep in Utrecht, ter ondersteuning van mensen die in andere plaatsen iets op touw willen zetten.
Transition Towns geven mensen volgens Hendriksen handelingsperspectief. Dat maakt de beweging zo bijzonder: “Ze staat precies tussen de overheid en het individu in. Mensen weten allang dat er van alles moet veranderen en krijgen nu in de gaten dat ze op het niveau van hun lokale gemeenschap samen met anderen wel degelijk iets kunnen bereiken.” Als concreet voorbeeld noemt hij de inkoopgroepen in een wijk van Deventer, die zonnepanelen aanschaffen. Ook als je zelf geen geschikte woning voor panelen hebt, kun je deelnemen, want het buurthuis leent zich er wel voor en dat doet ook mee.
Zo kun je op allerlei terreinen, van voedselvoorziening – een van de TT-werkgroepen in Deventer heet ‘de eetbare stad’ – tot recreatie en onderwijs, activiteiten bedenken die op de een of andere manier te maken hebben met een toekomst waarin fossiele brandstoffen steeds duurder worden en de gevolgen van klimaatverandering zich steeds meer doen voelen. “Mensen krijgen zo,” zegt Hendriksen, “meer greep op hun eigen situatie. Nu lijken ze vaak konijnen die stil blijven zitten in het licht van de koplampen: ze worden dag in dag uit overspoeld door tegenstrijdige informatie over het opraken van grondstoffen, de economische groei die weer aantrekt en zo voort. Dat werkt verlammend.”
In principe kan iedereen een TT -initiatief lanceren, maar je moet wel aan bepaalde eisen voldoen om formeel de status van Transition Town te krijgen. Dat staat allemaal in Het Transitie Handboek en daar wordt ook internationaal op toegezien. De reden, benadrukt Hendriksen, is vooral dat men groepen wil beschermen tegen zelfoverschatting en wil voorkomen dat ze na een korte tijd weer in elkaar zakken.
Het eerste grote doel dat elke TT-groep dient na te streven is een Minder Energie Plan. Hendriksen omschrijft dat als ‘een positief plaatje van hoe de samenleving er op jouw niveau, in een stad, wijk of andere omgeving, uit zou kunnen zien.’ Zo’n plan is met name ook de grondslag voor overleg met de overheid over de uitvoering van allerlei voorstellen. Een groep krijgt ongeveer drie jaar de tijd om dat voor elkaar te krijgen en de nodige lokale veerkracht te mobiliseren.
Het is natuurlijk nog veel te vroeg om te beoordelen, of de TT-beweging in Nederland daadwerkelijk het verschil gaat maken. Maar Hendriksen wil nog wel kwijt dat het succes – in wat voor plaats dan ook – valt of staat met de mate waarin de groep verankerd is in de eigen samenleving. Ze moet tegenstellingen kunnen overbruggen, bestaande organisaties en hun activiteiten aan elkaar knopen en aannemelijk maken wat het gemeenschappelijk belang is.
Zie ook:






De mensen van Transition towns zijn goed bezig en hebben in nog geen 2 jaar tijd veel naamsbekendheid geworven. Je kan dus wel een revolutie beginnen. Burgers kunnen nog zoveel doen door de juiste keuzes te maken en door bijvoorbeeld een energie neutrale woning te kopen ipv een standaard woning dit is een keuze(als je dit kan betalen). Burgers kunnen ook lid worden van een windmolencooperatie en zo duurzame energie opwekking stimuleren. Enzovoorts.
Zeker goed bezig!….