02 februari 2010, Irene Mol (Stichting Pequeno)

Hulporganisaties moeten eerlijk zijn tegenover donateurs

-gastblogger-

Geefcultuur

Als je de schrijnende beelden van de ramp op Haïti ziet, wil je iets doen. En dat deed de Nederlandse bevolking onlangs dan ook massaal en royaal. Dat is oprecht en hartverwarmend. Hoeveel geld er nodig zal zijn om het land er weer bovenop te helpen, is onmogelijk in te schatten. Maar we weten wel dat het geven van geld niet de wonderformule is om de chaos te lijf te gaan. De efficiënte besteding ervan is een minstens zo grote opgaaf. En daarbij hoort ook de goede coördinatie van de hulp, die uit alle hoeken van de wereld toestroomt.

Er heerst een diepgewortelde geefcultuur in Nederland. En zeker als er een grote ramp ergens op de wereld heeft plaatsgevonden, wordt massaal de portemonnee getrokken. Het is niet eenvoudig om je te ontrekken aan de morele druk die langs alle kanten op je afkomt. Je krijgt het gevoel dat je egoïstisch of gierig bent als je niet geeft. Zelfs als je heel bewust andere keuzen maakt om bij te dragen aan een meer rechtvaardige en schonere wereld.
Verwachtingen
Het is fascinerend om te zien dat tegelijk met deze grote behoefte om te geven ook voortdurend wantrouwen opdoemt. Er heerst op grote schaal twijfel of de hulp wel bij de slachtoffers terechtkomt. Bovendien uiten veel Nederlanders bezwaren tegen het feit dat er met het geven van kwalitatieve hulp aardige salarissen worden verdiend.

Voorop staat dat donateurs er recht op hebben te weten wat er met hun geld is gebeurd. Omdat het voor donateurs onmogelijk is zicht te krijgen op de besteding van hun gift, moeten alle vragen die er leven open en transparant worden beantwoord. En daar schort het nog wel eens aan. Daarnaast hebben donateurs vaak te hoge verwachtingen. Het is niet reëel om te denken dat alle problemen door de hulporganisaties kunnen worden opgelost. Bovendien kunnen hulpverleners niet van de lucht leven. Ervaring met logistiek en organisatie zijn, juist in gebieden als Haïti, van cruciaal belang.

Vertrouwen
Hulporganisaties zijn veel te bang om het vertrouwen van donateurs kwijt te raken. Ze gaan bij kritische vragen te vaak in de verdediging zonder de feiten op tafel te leggen. Dat is onverstandig. Eerlijk vertellen wat er goed gaat én wat er misgaat zal op termijn duidelijk maken dat zowel de organisaties als de donateurs eenzelfde doel voor ogen hebben.
Directeuren van hulporganisaties zouden hun rug recht moeten houden en uit moeten leggen waarom ze het salaris waard zijn. En gevers zijn geheel vrij om wel of niet te geven. Als je het niet vertrouwt, geef dan niet. En geef je wel, dan is het belangrijk om bij de hulporganisaties aan te dringen op eerlijke informatie.

Donateurs behoren de organisaties niet af te straffen voor hun openhartigheid. Ze kunnen bovendien openbaar vragen stellen en twijfels of klachten met anderen delen. Als er vanuit de samenleving op een genuanceerde manier wordt gevraagd om verantwoording, dan komt er vanzelf druk op de organisaties te staan om open kaart te spelen.

Het is eigenlijk zo simpel. Als alle partijen naast hun oprechte emotionele betrokkenheid ook een beetje meer hun verstand zouden laten spreken, kunnen we gezamenlijk een heel eind komen.

(Irene Mol)

Irene Mol is directeur van de stichting Pequeno, een goededoelenorganisatie die niet alleen ontwikkelingsprojecten steunt maar ook voorlichting geeft en onderzoek doet naar de effectiviteit van projecten.