De balans van ‘Kopenhagen’
Op zaterdag 19 december ging de klimaattop in Kopenhagen uit als een nachtkaars. De conferentie zal eerder de geschiedenis ingaan als de slechtst georganiseerde top sinds tijden dan als de plek waar de machtigen der aarde elkaar vonden om de leefbaarheid van onze planeet veilig te stellen. Alleen de meest onverbeterlijke optimist had er na afloop een goed woord voor over. Tijd om de balans op te maken.
Doel van de conferentie was te komen tot een nieuw internationaal klimaatverdrag. Dat moet het zogenaamde Protocol van Kyoto opvolgen dat in 2012 afloopt. In de Japanse stad Kyoto hebben een aantal geïndustrialiseerde landen in 1997 toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeigassen te verminderen. De verwachte klimaatverandering wordt vooral aan die gassen toegeschreven. De afspraken van Kyoto waren dringend aan vernieuwing toe. Al was het maar omdat belangrijke landen als China en de Verenigde Staten niets wilden weten van de afspraken van Kyoto. Bovendien bleek al gauw dat strengere maatregelen nodig zouden zijn om de voorspelde klimaatveranderingen af te wenden.
Kopenhagen
Maar liefst 193 landen waren in Kopenhagen officieel vertegenwoordigd. In grote lijnen kon je die verdelen in drie groepen: de vanouds rijke landen, de nieuwe rijke landen en de achterblijvers. In de eerste groep zitten bijvoorbeeld de landen van de Europese Unie, in de tweede grote mogendheden als China en India en in de derde vrijwel alle Afrikaanse landen.
Dat de eerste groep, de rijke landen, de grootste verantwoordelijkheid draagt voor de vervuiling van de aarde en zijn omgeving is voor iedereen duidelijk. Die moeten dus in ieder geval boeten, maar de tweede groep, de opkomende economieën, maakt er ook een potje van en dreigt er zelfs nog een schep bovenop te doen. De derde groep, de ontwikkelingslanden, die klaagt vooral. Wat de uitstoot van broeikasgassen betreft gedragen ze zich redelijk netjes. Ze klaagt daarom dat ze moeten lijden onder het gedrag van de anderen en claimt een schadeloosstelling.
Politici en belangengroepen hebben de conferentie van tevoren gepresenteerd als de laatste kans om een soort nieuwe zondvloed of tsunami te voorkomen. Het meest positieve effect daarvan is geweest dat allerlei presidenten en andere machthebbers zich genoodzaakt zagen in Kopenhagen te verschijnen. Daardoor is weer eens voor iedereen pijnlijk duidelijk geworden, hoe groot de onderlinge belangentegenstellingen zijn. ‘Kopenhagen’ draaide vooral uit op onderling ‘zwartepieten’.
Uitstel
Barack Obama moest eraan te pas komen om de conferentiegangers het gevoel te geven dat het niet allemaal voor niets was geweest. De Amerikaanse president verbleef vijftien uur in Kopenhagen en verzamelde een aantal kopstukken uit de economisch sterke landen om zich heen. Met hen werd een ‘Akkoord van Kopenhagen’ in elkaar gezet. Overal is teleurgesteld gereageerd op het akkoord. Het is vooral bedoeld om onderlinge machtsstrijd te verdoezelen en de hete hangijzers door te schuiven naar het nieuwe jaar, zeggen critici.
De meest gehoorde reden voor teleurstelling is dat het akkoord van Obama en zijn tafelgenoten geen juridisch bindende overeenkomst is. Er staan wel wat toezeggingen in van afzonderlijke landen met betrekking tot de vermindering van emissies. Ook wordt ontwikkelingslanden wat geld toegeschoven om de mogelijke gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Maar een echt verdrag, waar landen en regeringen aan gehouden kunnen worden, laat nog op zich wachten.
Concreet resultaat
Het belangrijkste resultaat van de top is misschien wel dat het akkoord de gemiddelde opwarming van de aarde met twee graden erkent als kritische grens die niet mag worden overschreden. Een internationaal gezelschap van klimaatdeskundigen heeft die grens vastgesteld, maar landen als de Verenigde Staten en China wilden daar tot voor kort niets van weten.
Nederlandse reactie
Minister Jacqueline Cramer van milieu, evenals haar voorgangers het meest machteloze en misschien daardoor ook het meest optimistische lid van onze regering, liet op Kerstavond weten dat “hier en daar lentebloemen ontkiemen op de ijzige vlakte van Kopenhagen”. Andere politici, van Balkenende en Samsom (PvdA) tot Vendrik (GL) en Jansen (SP), huilen krokodillentranen. “Wij hadden nog wel verder willen gaan”, zei de eerste. En “het is heel erg mager” de laatste.
De enige politieke partij die het allemaal Siberisch koud laat, is de PVV. Die heeft het gebeuren in Kopenhagen aan zich voorbij laten gaan. De PVV-ers zijn er niet van overtuigd dat er sprake is van opwarming van de aarde. De partij van Wilders is bovendien van mening dat er geen verband bestaat tussen eventuele klimaatverandering en menselijk handelen.
De wetenschap
Onderzoeker Robert Corell, directeur van het Centrum voor wetenschap, economie en milieu in Washington sloeg groot alarm naar aanleiding van het Akkoord van Kopenhagen. Op grond van de toezeggingen die in het akkoord zijn opgenomen wordt volgens Corell de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde slechts tot 3,8 graden beperkt, dus ruim boven de grens van twee graden Celsius.
Maar of dat veel indruk maakt op politiek leiders is nog maar de vraag. Sceptici beschuldigen wetenschappers ervan cijfers te manipuleren om hun klimaattheorieën wetenschappelijk te onderbouwen. In november lekte interne correspondentie uit van een Brits klimaatinstituut waaruit volgens sommigen ‘gesjoemel’ met wetenschappelijke gegevens zou blijken.
Hoop
Eén van de meest bemoedigende reacties kwam van de gouverneur van de Amerikaanse staat Californië, Arnold Schwarzenwegger. Die verkondigde in Kopenhagen trots dat ze in zijn staat allang voor de muziek uitlopen en dat we, zeker op energiegebied, ook zonder nieuw internationaal klimaatverdrag al heel wat kunnen uitrichten.




Reageer