07 december 2009, Theo Ruyter (redactie)

Column: Hommeles in de hulp

Academische straatrel

Academische straatrel

De hulpindustrie stond de afgelopen week weer te schudden op haar grondvesten. Eerst was daar de film van Olaf Oudheusden in de serie van VPRO Tegenlicht over Heilige Huisjes. Daarin werd, onder de titel “En wat als we de hulp stoppen?”, de stand van zaken in onze ‘ontwikkelingssamenwerking’ aan de orde gesteld. Donderdag volgde het academische tumult rond de promotie van Wiet Janssen. Janssen’s analyse van de ontwikkelingssamenwerking legt veel tekortkomingen van de hulp bloot.

In de film kregen – bij mijn weten voor het eerst sinds het ontstaan van de hulpindustrie in de vorige eeuw – mensen uit Afrika met status en gezag in eigen land de gelegenheid ons op de televisie eerlijk te vertellen wat zij ervan zouden vinden, als er achter die hulp nou eens een punt gezet zou worden.  En, niet minder belangrijk, het was ook voor het eerst dat de Afrikanen in dit verband meer spreektijd kregen dan hun Nederlandse weldoeners.

Gesprekspartners van het VPRO-team waren een oud-president (Mkapa van Tanzania), een zittende president (Kagame van Rwanda), de hoofdredacteur van een Oegandese krant (Mwenda) en de uit Zambia afkomstige econoom Dambisa Moyo, die dit jaar ook in Nederland haar boek Dead Aid (Doodlopende hulp) van tekst en uitleg voorzag.

De vier Nederlandse ‘acteurs’ in de film, onder wie twee bobo’s uit de hulpindustrie, wekten de indruk dat ze nog nooit serieus over de vraag van de film hadden nagedacht. De derde, minister Koenders, stond vooral met een mond vol tanden en alleen de vierde (Peter van Lieshout) liet zich kennen als enigszins flexibel van geest, maar die is dan ook nauw betrokken bij een onderzoek op dit gebied van de, tamelijk eigenwijze, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Het blijft natuurlijk de vraag wat zo’n film uiteindelijk voor effect heeft. Je kunt in ieder geval spreken van een doorbraak, omdat de Nederlandse massamedia in het algemeen niet verder komen dan het Hollandsche gezelschapsspel ‘Helpt het wel of helpt het niet?’ Dat is ongetwijfeld het resultaat van jarenlange ‘besmetting’ van de  journalistiek met overheidsgeld in het kader van de vergroting van ‘het draagvlak’ voor het regeringsbeleid. Dat heeft de onafhankelijkheid van de media niet onberoerd gelaten.

Onafhankelijk denken en handelen was de afgelopen week ook in het geding in de academische wereld. Daar waren het professoren die als belanghebbenden door de mand vielen. Wiet Janssen,  de man die donderdag zijn proefschrift moest verdedigen aan de Universiteit Twente, had gemeend er goed aan te doen zijn schat aan praktijkervaring in talloze hulpprojecten te gebruiken voor een kritische analyse van het Nederlands beleid. Dat werd hem niet in dank afgenomen in de kring van wetenschappers, die van de hulpkunde hun vak hebben gemaakt en gewend zijn op dit gebied het hoogste woord te voeren.

Vier van die wetenschappers, allen met prof. voor hun namen (Gunning, Hoebink, Smaling en Visser), schreeuwden van de daken dat het proefschrift in wetenschappelijk opzicht beneden de maat was. Ze vallen vooral over onderzoekmethoden, maar zelfs taalgebruik en andere uiterlijke aspecten van het werk van Janssen bleven niet onbesproken. In academische kringen is dat een niet ongebruikelijke manier om collega’s te diskwalificeren, een beproefde methode eigenlijk om te verhullen dat ze te beroerd zijn om zich écht te verdiepen in de inhoud.

Maar de promotor van Janssen, prof. De Bruijn, heeft namens de Universiteit Twente het viertal zowel mondeling als schriftelijk lik op stuk gegeven. Zo kon de promotie toch tot een goed einde gebracht worden. Maar ondertussen was het kwaad al geschied, temeer omdat journalisten die geen kwaad woord over de ontwikkelingshulp willen horen er als de kippen bij waren om de vier ‘hulpprofessoren’ een handje te helpen. Zo zag Han Koch van Trouw er een prima aanleiding in om zijn lezers in te prenten dat hij met zijn afwijzing van kritiek op het hulpsysteem in goed gezelschap verkeert. Dat zijn krant zakelijke banden heeft met de hulpindustrie liet hij maar even buiten beschouwing.

Het is te hopen dat het proefschrift van Janssen ondanks de ‘hooggeleerde’ interventie zijn weg wel zal vinden, want het debat in Nederland over de hulp kan best wat nieuwe impulsen gebruiken. Het pleit in ieder geval voor de onafhankelijkheid van de Universiteit Twente dat ze zich daar niet van de wijs hebben laten brengen.

© Wereldburgers.TV

Vond u dit een goed artikel? Doneer.