06 december 2009, Jurjen Roerdinkholder (redactie)

Geen grip op salarissen goede doelen

En nu wegwezen!...

En nu wegwezen!...

Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) neemt geen maatregelen tegen haar keurmerkhouders Unicef Nederland en de Hartstichting. De goededoelenwaakhond is niet gelukkig met de hoge vertrekpremies van de directeuren van beide organisaties, maar ziet geen mogelijkheid en geen aanleiding tot ingrijpen.

“Het is te betreuren”, zegt directeur Adri Kemps in een gesprek met Wereldburgers.TV. “Maar formeel hebben beide goededoelenorganisaties zich aan de regels gehouden.”

De Hartstichting en Unicef Nederland lagen afgelopen week onder vuur. Unicef Nederland haalde zich de woede van de donateurs op de hals omdat oud-directeur Franken vorig jaar een vertrekpremie van 350.000 euro heeft meegekregen. De Hartstichting viel kritiek ten deel toen bekend werd dat het vertrek van directeur Volker Manger Cats in 2004 ongeveer 700.000 euro heeft gekost.

Franken stapte in 2008 op bij Unicef na een conflict. Zijn vertrekpremie bestaat uit een eenmalig bedrag van ruim twee ton aangevuld met zijn salaris tot 15 december dat 141.000 euro bedraagt. De donateurs van Unicef Nederland zijn verontwaardigd over de riante ‘oprotpremie’. Van de 3,5 ton vertrekpremie die donateurs en belastingbetalers samen bijeenbrachten, had minstens twee ton besteed kunnen worden aan de verbetering van de leefsituatie van kinderen in derdewereldlanden, moet ook Unicef Nederland toegeven.

Volgens Kemps kan CBF als toezichthouder weinig doen tegen de vertrekpremie van de Unicef-directeur. “De vertrekregeling is een afspraak tussen werkgever en werknemer. Dat kunnen wij niet verbieden.” Door de regeling te publiceren in het jaarverslag heeft Unicef zich formeel gehouden aan de regels. “Het staat er allemaal en daarmee voldoet Unicef aan de voorwaarden van het CBF-keurmerk.” Daar houdt het werk van de toezichthouder op, meent de CBF-voorman.

Donateurs hebben wellicht geen boodschap aan deze formele uitleg. “Dat kan ik mij goed voorstellen”, zegt Kemps. “Maar CBF treedt niet in arbeidsregelingen tussen werkgevers en werknemers. We zien liever niet dat zulke bedragen naar vertrekregelingen gaan. Laat ik daar heel duidelijk over zijn. Maar goed werkgeverschap kan nu eenmaal betreurenswaardige gevolgen hebben”, aldus Kemps.

Niet alleen Unicef kwam deze week in opspraak als gevolg van een buitensporige vertrekpremie van één van zijn directeuren. Ook de Hartstichting werd gedwongen zich te verweren tegen kritiek vanwege de uitkering van een ‘oprotpremie’. Directeur Manger Cats moest in 2004 weg bij de Hartstichting omdat hij weigerde in te stemmen met een salarisverlaging.

Dat gebeurde nadat commotie was ontstaan over het feit dat hij 170.000 euro per jaar verdiende. Dat viel in verkeerde aarde bij het publiek. Het bestuur van de stichting probeerde daarop vergeefs de onderhandelingen opnieuw open te breken. Een conflict was geboren. De Hartstichting moest de oud-directeur drie jaar lang, tot zijn pensioen, volledig uitbetalen. Een bedrag van 700.000 euro. Daarbovenop kreeg Manger Cats een immateriële schadevergoeding van 50.000 euro. “In die zaak heeft de rechter uitspraak gedaan”, luidt de reactie van Kemps. “En daar heeft de Hartstichting zich aan te houden. Het is een rechterlijke uitspraak waar CBF niet in treedt.”

De vraag rijst of de uitkering wel te verantwoorden is in het kader van 25%-norm. Die CBF-regel bepaalt dat een fondsenwervende instelling niet meer dan vijfentwintig procent van de opbrengsten mag besteden aan fondsenwerving. Minimaal 75% moet dus aan de ideële doelstelling van het goede doel besteed worden. Volgens Kemps voldoet de Hartstichting zonder enige twijfel aan deze norm.

Sterker nog, hier wordt pijnlijk duidelijk hoe weinig grip de goededoelenwaakhond heeft op de bestedingen van haar keurmerkhouders. De 25%-norm is in deze kwestie zelfs nooit in het geding geweest. Kemps legt uit: “Manger Cats is door de Hartstichting aangesteld als medisch directeur. Die is belast met de beoordeling en het managen van onderzoek en wetenschappelijke projecten.” Het salaris en de vertrekregeling van de medisch directeur vallen daarom niet onder 25%-regeling, maar onder de doelstelling van de organisatie. Cats heeft zich immers niet beziggehouden met fondsenwerving. Het salaris van een directeur fondsenwerving valt wel onder de 25%-eis.

Maar Kemps bevestigt dat de ‘oprotpremie’ bij de Hartstichting wel is bekostigd met geld van donateurs. “Financiering van onderzoek en betaalde krachten op kantoor zijn onderdeel van het werk. Onder die betaalde krachten valt ook een directeur met een vertrekregeling.”

Salarissen en arbeidsvoorwaarden in de goededoelensector zorgen al langer voor discussie. Dat komt vooral omdat goede doelen volledig gefinancierd worden uit publieke middelen. De inkomsten komen vooral uit subsidies en donaties. Een enkele organisatie ontvangt ook nog lidmaatschapsgelden van leden. Subsidie is in de sector de belangrijkste inkomstenbron. Toezicht op goede doelen wordt niet door de overheid, maar door de sector zelf geregeld. In 2005 heeft een commissie onder leiding Herman Wijffels een advies samengesteld voor goede doelen waarin ook richtlijnen voor salarissen worden gegeven.

Zie ook:

Comissie Wijffels: ‘Advies van de Commissie Code Goed Bestuur’ (2005)

VFI: ‘Advies van Commissie Vervlechting Code Goed Bestuur en CBF Keur‘ (2007)

© Wereldburgers.TV

Vond u dit een nuttig artikel? Doneer.