Storm!
Als ik de volgende ochtend wakker wordt van de zon op mijn gezicht, ben ik de slechte delen van de eerste reis al weer vergeten. Het lijkt windstil aan de zuidkant van het eiland, maar de windt waait aan de andere kant pal tegen. Deze zelfde harde windt en verwachtte regen heeft ons voor een week geparkeerd op het mooie eiland Madeira.
Ik controleer iedere dag het weer en zoek naar een “window” waarop we kunnen meeliften naar de volgende stop Portugal. Veel plezier beleef ik niet aan het verblijf hier want ik heb haast om terug naar Nederland te varen. de havens zijn erg duur en als je haast hebt duurt wachten erg lang. Eindelijk, na een week passeert er een lagedrukgebied. Die gaan we gebruiken voor de oversteek naar Portugal. Jacky en Greham lijken niet zo enthousiast om nu over te gaan. Dit lage drukgebied geeft veel wind is het gesprek van de dag. Na een paar uur gebogen over de computer hebben we als ware weer goeroes alle mogelijkheden doorgenomen. “We gaan” Besluiten we om door te zetten.
In de late middag gooien we de trossen los. Het was een warme dag geweest met geen wolkje in de lucht en ook helemaal geen wind. Mijn wacht begint. Geen maan en aarde donker. De stadslichten van het eiland Porto liggen als een koepel over het eiland. We houden het eiland rechts. Van hier is het nog vier dagen varen voor we weer land zien. Ik steek mijn handen diep in mijn zakken. Kijk om mij heen. Niemand op het water te zien. Het eiland Porto is achter de horizon verdwenen als mijn wacht is afgelopen.
Ik schrik wakker. De Morgan slingert heftig en onrustig heen en weer. Er is veel lawaai op dek, en ik spring uit bed om aan Greham te vragen wat er loos is. Greham staat in zijn regenpak met de hand te sturen.
‘Heb je hulp nodig’ vraag ik hem. Een harde windvlaag en een grote golf gooit mij van de trap in de keuken. Als ik weer opsta schreeuw ik ‘Niets aan de hand’ naar buiten. ‘ik ga me even aankleden en ben met een minuutje kom ik je helpen’
Met volledige zeilbepakking stap ik de natte kuip in. Achter ons ziet de lucht er onheilspellend uit. Lange donkere gordijnen hangen vanuit de zwarte wolken tot aan de oceaan. Ze komen dichterbij. ‘Wat is er gebeurd’ vraag ik Greham die net probeert een achteropkomende golf te ontlopen.
‘De stroom heeft ons richting een onderwaterberg geduwd. Kijk daar, Greham wijst met zijn vinger naar het zuiden. ‘daar ergens bij die witte brekers is het slechts 25 meter diep.’ Weer een squaw. Ik kijk naar de windmeter die ik net 50 knopen zie aantippen. De stuurautomaat is uitgezet en ik minder nog een beetje zeil. Hier zie ik de klimaatkrachten van de oceaan op een paar vierkante mijl samenkomen. De onderwaterberg stuurt het koude oceaanwater omhoog dat zorgt voor regen en heftige weersverandering. Gelukkig is het maar voor een paar uur want de harde wind zorgt dat we met grote snelheid dit onstabiele gebied verlaten en een uurtje later zit ik weer alleen in de kuip. De wind waait nu 30 knopen schuin van achteren en we hebben de stuurautomaat weer aangezet nu het wat rustiger is geworden. Grahem is uitgeput van zijn drukke wacht naar bed gegaan. Het is mijn laatste wacht voor we aankomen in Lissabon. Morgen rond de middag liggen we vast.




Reageer