Column: Hulpsector moet af van draagvlakinfuus
Op de nieuwe netwerkportal van de ontwikkelingssector, Partos Plaza, kwam ik een prikkelende stelling tegen: “Verantwoording van resultaten versterkt niet het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking.” De schrijfster van de stelling is werkzaam bij één van de ontwikkelingsorganisaties die is aangesloten bij koepelorganisatie Partos. onbekend is of de stelling ook werkelijk haar mening vertolkt. Ik heb in ieder geval als volgt gereageerd:
Ik ben het in grote lijnen eens met het draagvlakbeleid van Koenders. Overigens blijft er nog fors budget over voor draagvlak na de ingreep van de minister, voor zover ik weet. En dat baart mij zorgen, kan ik u zeggen. Het doet in mijn ogen meer kwaad dan goed.
Ik denk dat draagvlak vooral gebaat is bij participatie en dus (échte) invloed van het publiek. De sector heeft nauwelijks binding meer met de achterban. Ontwikkelingsorganisaties zijn bedrijven geworden i.p.v. maatschappelijke organisaties. Het zou goed zijn om het draagvlak te borgen door oude organisatievormen in ere te herstellen. Denk aan de vereniging. Ook zou ik het helemaal niet gek vinden als ontwikkelingsorganisaties naar de beurs zouden gaan om daar hun kapitaal te verwerven. Dan wordt de achterban aandeelhouder. Allemaal goed voor het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking en je hebt er geen geld uit de publieke pot voor nodig.
Wat we de afgelopen jaren hebben gezien (en nog), is dat draagvlakpenningen worden ingezet als marketingbudget. Dat draagt niet bij aan het draagvlak. In 2005 constateerde de Consumentenbond nog dat de Nederlandse burger geërgerd is over de fondsenwerving van goede doelen. Dat lijkt me niet de bedoeling van draagvlakinvesteringen.
Wat we ook zien is dat in de hierboven genoemde ‘marketingstrategie’ ook op grote schaal nieuwsmedia betrokken worden. Dat gebeurt door draagvlaksubsidies te verstrekken, maar ook door eigen journalistieke kanalen op te zetten. Het draagvlak is echter vooral gebaat bij transparantie en dus bij onafhankelijke berichtgeving. Berichtgeving ‘uit eigen koker’ zal eerder een averechts effect hebben. Feit is dat, alle inspanningen en investeringen ten spijt, berichtgeving over duurzame ontwikkeling nog steeds niet ‘geconsumeerd’ wordt door een breed publiek. Tijd misschien om de berichtgeving over deze thema’s weer terug te geven aan de vrije markt?
Met zo’n stellingname zal ik beslist een aantal van mijn vakbroeders op de kast jagen want uiteraard krijgen ook nieuwsmakers graag draagvlakpenningen toegeschoven. Maar de vraag is of wij journalisten bij al dat ‘makkelijke geld’ nog wel het beste product afleveren.
Draagvlak is gebaat bij transparantie en kennis en daarin speelt onafhankelijke informatievoorziening een belangrijke rol. Laat de nieuwsmedia dus liever zelf haar broek ophouden en op haar eigen manier een publiek vinden voor boodschappen over duurzame ontwikkeling. Dat lukt ze met elk ander maatschappelijk onderwerp, dus waarom niet met ontwikkelingssamenwerking? Me dunkt dat duurzame ontwikkeling één van de grootste maatschappelijke thema’s van deze tijd is en dat zien we ook terug in het geefgedrag van de Nederlandse burger. Ontwikkelingsorganisaties hebben nog steeds veruit het grootste deel van de goede-doelen-markt in handen.
Om op de stelling terug te komen. Ja, Koenders heeft gelijk. Transparantie is essentieel voor draagvlak. Minder ‘regie’ en meer transparantie is goed voor de steun van het publiek. Jammer dat veel mensen in de ontwikkelingssector zoveel moeite hebben om zich in die realiteit te voegen. En ook een beetje ironisch, moet ik zeggen, want juist de sector die zoveel op heeft met duurzaamheid weet zich geen raad met het adagium ‘eerlijk duurt het langst’ wanneer het haar eigen praktijk aangaat.
Zie ook:
Partos Plaza: Discussie rondom de stelling: ‘Verantwoording resultaten versterkt niet draagvlak.’
Consumentenbond: onderzoek, ‘Moderne_liefdadigheid_irriteert_gevers’, Consumentengids 2005
Universiteit van Utrecht: Simon Verduijn, onderzoek naar de invloed van draagvlak op beleid, augustus 2009.
Henk van Stokkom en Thierry Sanders: ‘Afkickplan subsidieverslaving hulpsector’.




Reageer