26 augustus 2009, Paul van der Sneppen (redactie)

Corruptie bedreigt hulp

“Corruptie is de grootste belemmering voor effectieve ontwikkelingshulp.” Dat zegt Gunilla Carlsson, de Zweedse minister voor ontwikkelingssamenwerking. Ze reageert daarmee op een corruptieschandaal eerder dit jaar in Zambia. Carlsson ziet zichzelf voor een groot dilemma en roept op tot open debat over de hulp aan corrupte landen.

Uit onderzoek van Transparency International blijkt dat landen die de meeste ontwikkelingshulp ontvangen veelal ook het meest corrupt zijn. Carlsson haast zich te zeggen dat dit niet noodzakelijk betekent dat de hulp corruptie in de hand werkt. Ook denkt ze niet dat de wijze waarop over het algemeen met ontwikkelingsgeld wordt omgesprongen verkeerd is. Wel constateert ze dat corruptie in een land ontwikkeling tegenhoudt en dus ook zinvolle besteding van hulpgeld in de weg staat.

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo ziet dat ook. Maar volgens haar bestaat er een oorzakelijk verband tussen de afhankelijkheid van hulp en corruptie. Volgens Moyo worden met de hulp corrupte elites in het zadel gehouden. Ze pleit in haar omstreden bestseller ‘Dead Aid’ daarom voor het staken van de hulp aan Afrika.

Zweden en Nederland hebben hun hulp aan de Zambiaanse gezonheidszorg bevroren toen bleek dat er ongeveer anderhalf miljoen euro door topambtenaren verduisterd is. Het gaat om ongeveer ruim twintig miljoen euro waarvan Nederland er twaalf voor zijn rekening neemt. Het gezondheidsministerie moet nu met ongeveer vijfenveertig procent van haar oorspronkelijke budget verder. Nederland steunt in Zambia vooral gezondheidsprogramma’s op het platteland. Daar wordt met Nederlands geld onder meer gewerkt aan de bestrijding van tuberculose en HIV/Aids.

Zie ook:

De Telegraaf: ‘Zweden biedt meeste hulp’